Artikelen over ‘PUBLICATIE’

PW in FMI over aansluiting FM-onderwijs op het werkveld

Op 28 maart vond op het hoofdkantoor van Essent in ‘s Hertogenbosch een rondetafelgesprek plaats, met als gesprekthema de aansluiting van het FM-onderwijs op het werkveld. Hierin namen zeven vertegenwoordigers vanuit het onderwijs, werkveld en een aantal young professionals deel. Vanuit PROVENWORKSPACE  heeft Geerke Versteeg deelgenomen aan dit gesprek.

Onderwerpen die de revue passeerden tijdens dit rondetafelgesprek waren; is een aaneengesloten studieperiode van vier jaar voldoende voor een student om alle facetten van Facility Management onder de knie te krijgen? Levert de studie een generalist of een specialist af? en de waarde van het inzetten van de alumni van de FM-opleiding.

Zie onderstaand het gehele artikel gepubliceerd in FMI ( 18e jaargang, nummer 5/2011), vaktijdschrift van Facility Management Nederland. Voor vragen met betrekking tot het onderwerp of dit artikel,  neem contact op met Geerke.





Geerke Versteeg over duurzaamheid in FMI

In het laatste nummer van FMI (december 2010), het magazine van vakvereniging Facility Management Nederland, staat een verslag van een rondetafelgesprek waar o.a. PW-er Geerke Versteeg haar visie geeft over duurzaamheid.

De kring duurzaamheid heeft 6 young professionals uit het facilitaire vakgebied uitgenodigd om te praten over duurzaamheid. Onderwerpen die aan bod zijn gekomen zijn; wat betekent duurzaamheid voor ons en waar lopen we tegen aan? Het resultaat: een boeiend rondetafelgesprek met de toekomst van het vakgebied op het gebied van duurzaamheid.

Voor vragen n.a.v. dit verslag of over onze visie op het gebied van duurzaamheid, neem contact op met Geerke.

Kring duurzaam in gesprek met young professionals


De Wereld van het Nieuwe Werken

Nu internet en laptop het voor iedereen mogelijk maken om waar dan ook, wanneer dan ook te werken, vragen organisaties zich af wat het nut nog is van een kantoor met vaste werkplekken.

In Magazine X, het relatiemagazine van Eiffel staat deze zomer een interview met Proven Workspace.

De wereld van het Nieuwe Werken


Artikel Facto Magazine – Is Het Nieuwe Werken Duurzaam?

In Facto Magazine (nr 5, mei 2010) verscheen een artikel van ons over de vraag of Het Nieuwe Werken bijdraagt aan duurzaamheid? Ja, zeggen voorstanders, want organisaties hebben minder vierkante meters vloeroppervlak nodig. Nee, zeggen tegenstanders. Volgens hen leidt Het Nieuwe Werken tot meer auto- en vliegverkeer en tot meer elektriciteitsverbruik door computercentra en dus tot meer CO2-uitstoot.  In het artikel wordt een beschouwing gegeven over Het Nieuwe Werken in relatie tot duurzaamheid.

Voor meer informatie over Het Nieuwe Werken of duurzaamheid (Long Life Loose Fit)  neem contact op met Dries Krens.


Artikel FMM – Het unieke werkomgevingconcept van de VNG

In Facility Management Magazine verscheen een artikel van Dries Krens over de VNG( De Vereniging van Nederlandse Gemeenten). De VNG is een geschiedenisrijke organisatie die Nederland al bijna 100 jaar helpt besturen en nog steeds trendsettend is voor het lokaal bestuur. Deze twee kanten van de VNG zijn in 2009 verenigd, achter een historische gevel staat een modern kantoorconcept. Een uniek nieuw werkomgevingconcept, ontworpen door PROVENWORKSPACE, heeft dit mogelijk gemaakt.

Voor meer informatie over de case VNG neem contact op met Dries Krens.

View more documents from PROVENWORKSPACE.

Groene werkpatronen in jaarboek FMM 2010

In het jaarboek van Facility Management Magazine verscheen een artikel van Proven Workspace  over Groene Werkpatronen. Het gaat over de bijdrage die de manier van werken kan leveren aan duurzaamheid. Om meer inzicht te krijgen in de samenhang van alle afzonderlijke groene initiatieven rondom het werken wordt een nieuw denk- en werkkader geschetst met bijzondere aandacht voor Long Life – Loose Fit.

Voor meer informatie over Long Life – Loose Fit zie de presentatie of neem contact op met Dries Krens.


Artikel Weekblad Facilitair – Groen denken, bouwen en gebruiken

HighTechCampusGebouwen zijn in hun huidige vorm verantwoordelijk voor ruim 35% van de CO2-uitstoot en zijn de grootste bron van afval. Maar gebouwen doen dit niet zelf. Hoe gebruiken wij onze gebouwen? Door welke concepten laten wij ons leiden bij het gebruiken? In een onlangs in Weekblad Facilitair & Gebouwbeheer verschenen artikel gaat Michel Mooij in op de bijdrage, die de manier van werken kan leveren aan duurzaamheid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het bedenken, het maken en het gebuiken.

 


Ruimte voor het “Nieuwe Werken”

Boek-2Efficiënt, effectief, flexibel en creatief werken in een duurzame omgeving vraagt niet alleen om een andere inrichting van de werkomgeving. Het stelt ook eisen aan de communicatie-infrastructuur en de aansturing en begeleiding van medewerkers.

Een belangrijk onderdeel hierin vormt het doorbreken van traditionele patronen, zowel bij de gebruiker als bij de beheerder van de huisvesting. Een ingrijpend veranderingsproces op het grensvlak van personeelsmanagement, facility management en IT management dat nauw verbonden is met de strategie van de onderneming.

Dit boek geeft inzicht in de achtergronden van deze verandering, daagt uit mee te denken in de beeldvorming van het nieuwe werken en biedt handreikingen voor de aanpak van het veranderingsproces.

Bestellen


Kantoorinnovatie

omslag-boek

Het werken in kantoren verandert. Organisaties worden zich bewust van de hoge kosten van huisvesting en de geringe bezettingsgraad van werkplekken. Daardoor groeit de overtuiging, dat meer effectieve en meer flexibele vormen van kantoorhuisvesting nodig zijn.

De technologie is inmiddels beschikbaar om volledig mobiel te kunnen werken, zowel binnen als buiten het kantoor. De vraag is nu: hoe organisaties nieuwe vormen van werken operationeel kunnen maken? Een andere manier van werken vraagt immers niet alleen om een andere inrichting van de werkomgeving, maar stelt ook eisen aan de communicatie-infrastructuur en de aansturing en begeleiding van medewerkers.

Een belangrijke onderdeel hiervan vormt het doorbreken van traditionele patronen, zowel bij de gebruiker als bij de beheerder van de huisvesting. Dat is een ingrijpend veranderingsproces op het grensvlak van personeelsmanagement, facility management en IT management dat nauw verbonden is met de strategie van de onderneming.

Bestel

 


Artikel weekblad Facilitair – Na verhuizing tijd voor verandering

Van klembordBij Waterschap Rijn en IJssel is een nieuw pand gerealiseerd. Bij een nieuw pand hoort tevens een nieuwe manier van werken , hetgeen even wat moeite vraagt om de gehele organisatie op 1 lijn te krijgen. In bijgaand artikel alles hierover.


Sturing en Ruimte

14195Als manager wordt van u soms inspirerend leiderschap gevraagd, dan weer moet u een faciliterende coach zijn. Zo balanceert u tussen twee uitersten. Dat komt omdat er in Nederland twee organisatieconcepten zijn die elkaar nauwelijks lijken te vinden: de sturingsfilosofie die gelooft in efficiency, doelmatig handelen en sturen op cijfers en feiten en daarnaast de ruimtelijke filosofie die gelooft in talenten, ontwikkeling en evolutionair leren. Volgens de auteurs van Sturing en ruimte sluiten de twee elkaar niet uit. Sterker nog, ze kunnen elkaar versterken en maximaliseren.

‘Wees autoritair én participerend, creëer chaos én orde’, zo luidt het advies van de auteurs. Zij zijn ervan overtuigd dat deze instelling tot een nieuwe manier van organiseren leidt, waarbij innovatie vanzelfsprekend wordt. En in deze tijden zijn innovatieve ondernemers hard nodig. Het boek laat zien hoe u deze uitersten kunt combineren en daardoor maximaal kunt benutten. U wordt als manager uitgedaagd uw denkwijze te verbreden en verdiepen en zo effectiever na te denken over uw eigen handelen.

De volgende onderwerpen komen in het boek aan bod:

  • Uitleg over het nieuwe managementconcept
  • Organiseren in twaalf waarheden
  • Sturing en Ruimte in de praktijk
  • Quick scan Sturing en Ruimte

De auteurs wonnen met hun filosofie van de paradox tussen sturing en ruimte de eerste prijs in een wedstrijd van het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie.

Leo van de Vorst (1964) is een van de oprichters en partners van PROVENWORKSPACE. Hij is ruim 20 jaar als adviseur actief in het begeleiden van complexe veranderingen.

Henk Roelofs (1952) is directielid van Waterschap De Dommel en verantwoordelijk voor innovatie en bedrijfsvoering. Hij heeft ca. 30 jaar werkervaring in het bedrijfsleven en bij de overheid.

Geïnteresseerd? Klik hier voor het artikel in Intellectueel Kapitaal of bestel het boek hier.


Artikel Weekblad Facilitair – Dynamisch werken in een duurzame omgeving

Artikel Weekblad Facilitair Naar aanleiding van de presentatie van het PROVENWORKSPACE boek ‘Dynamisch werken in een duurzame omgeving’ op donderdag 23 april 2009, heeft het Weekblad Facilitair een artikel gewijd aan dit concept.

View more documents from Proven Workspace.

Dynamisch werken in een duurzame omgeving

3469402180_1e1ff5d764Op donderdag 23 april 2009 is het boek “Afstanden overbruggen – dynamisch werken in een duurzame omgeving” gelanceerd.

Hoe creëer je een werkomgeving die werkt? Die aansluiting vindt bij men­sen en organisaties in de global village ? [1] En hoe leer je de mensen de mogelijkheden van de (werk)omgeving maximaal te benutten? Deze vragen komen terug in het boek, ondersteund met diverse cases.

Met dit boek hopen wij duidelijk te maken dat de toegenomen aandacht voor werkomgevingen terecht is. Optimale werkomgevingen ondersteunen organisaties in het bereiken van hun doelen.

Wilt u ook een exemplaar ontvangen? Neem gerust contact met ons op.

Auteurs: Dries Krens, Mark SleijserTom Verhoeve en Leo van de Vorst.

[1, Global Village (mondiaal dorp) is een door Marshall McLuhan (The Gutenberg Galaxy, 1964) bedachte term die de trend beschrijft van massamedia die de tijds- en plaatsbarrières van de menselijke communicatie steeds meer wegneemt, waardoor mensen op een mondiale schaal kunnen communiceren]


Artikel FMI – Delen en samenwerken; van Web 2.0 naar Work Style 2.0

intern-exern-duo

Van Web 2.0 naar Work Style 2.0

Het internet wordt voor steeds grotere groepen een vertrouwde omgeving. Het internet wordt gemakkelijker te bedienen en gaat er steeds realistischer uitzien. Dat schept verwachtingen. Wie vertrouwd raakt met de mogelijkheden van Web 2.0 gaat het kantoor vanuit een ander referentiekader bekijken.

Door Michel Mooij, oud collega, gepubliceerd in FMI, september 2008.

Web 2.0 verwijst naar de tweede fase in de ontwikkeling van het internet. De eerste fase bestond uit het bekend raken van het internet bij grote groepen gebruikers. In de eerste fase ontstond de internet-hype en men sprak zelfs over het ontstaan van een “Nieuwe Economie”. Over het algemeen beschouwt met het uiteenspatten van de internetbel rond 2001 als het einde van de eerste fase. In 2004 werd voor er een conferentie gehouden met de naam Web 2.0. waar Tim O’Reilly en ander internetgoeroes hun visie op de tweede fase van het internet presenteerden.

In de tweede fase wordt het internet meer interactief. Een van de kenmerken is het verschijnen van webapplicaties voor eindgebruikers op het internet. De verwachting bestaat, dat deze uiteindelijk de losstaande lokaal geïnstalleerde software overbodig zullen maken. Websites zijn steeds meer interactief geworden, dankzij een aantal nieuwe technieken, genaamd AJAX. AJAX staat voor Asynchronous Javascript and XML. AJAX communiceert met de server op het internet waarop een scripttaal als PHP, ASP, JSP of Ruby geïnstalleerd is. Als de server een antwoordt stuurt, wordt een gedeelte van de pagina op de PC door middel van JavaScript aangepast. Kort en simpel gezegd komt het erop neer, dat webpagina’s zo snel kunnen worden aangepast, dat de gebruiker het ervaart alsof hij met een desktop applicatie aan het werk is. Een van de eerste websites die gebruik maakte van AJAX en wordt gezien als een typische Web 2.0 website is Google’s Gmail.

Andere concepten en technologieën die kenmerkend zijn voor Web 2.0 zijn o.a. weblogs, wiki’s, podcasts, RSS-feeds, webvideo en webservices met open API’s. Bekende websites die op het Web 2.0 principe zijn gebaseerd zijn: Wikipedia, Flickr, YouTube, Del.icio.us, Digg en MySpace. In Nederland zij vooral Hyves en Marktplaats.nl bekende voorbeelden.

Delen Kenmerkend voor Web 2.0 zijn de websites, waar je online allerlei dingen met elkaar kunt delen. Bijvoorbeeld foto’s, video’s to-do-lijstjes en agenda’s. je hebt er geen eigen software voor nodig, alleen een browser. Verder gebeurt alles online: informatie delen, uitwisselen en samenwerken. Daarmee is de voorspellende uitspraak van SUN: “Het netwerk is de computer” waarheid geworden.

Een belangrijk verschil met de eerste fase is dat internet inmiddels daadwerkelijk diep is doorgedrongen tot bedrijven en huishoudens. In Nederland heeft meer dan de helft van alle huishoudens een snelle breedbandverbinding. Nederlanders besteden gemiddeld een uur per dag aan het web.

Zoekmachines zijn nauwkeuriger geworden. De kracht van Google, Yahoo, MSN en Technorati (voor weblogs) is dat ze op veel plekken zoeken en meestal op de juiste websites terecht komen. Een typische Web 2.0 manier van zoeken, is het inschakelen van de gebruikers. Er is op het internet zeer uiteenlopende content te vinden, variërend van professionele artikelen tot met een mobieltje gefilmde onderbroekenlol. Zoekmachines kunnen het verschil niet zien. Web 2.0 lost dit op door “tagging” Door favorieten te voorzien van een trefwoord (tag) en die favorieten te delen op het web, laten gebruikers laten elkaar weten wat interessant, leuk of nuttig is. Bijvoorbeeld op Del.icio.us, of Stumble Upon. Of op de fotowebsite Flickr, waar je foto’s online kunt zetten en kunt voorzien van commentaar, trefwoorden en waardering. Met behulp van RSS kun je je abonneren op bepaalde tags en wordt je automatisch op de hoogte gehouden van nieuwe toevoegingen.
Op nieuwssites, zoals Digg komen nieuwsberichten of weblogs of wat dan ook in een wachtrij te staan en worden op de voorpagina gepubliceerd, als ze voldoende stemmen hebben gekregen.

Zakelijk gebruik Het (klein)zakelijk gebruik neemt toe. Het internet biedt een goede vervanging voor bedrijfsnetwerken. E-mail, een agenda, een adresboek en het delen van documenten met collega’s en samenwerkingspartners, kan ook via het op het web gebaseerde toepassingen. Bijvoorbeeld de vele toepassingen van Google of het delen van projectinformatie op BaseCamp, of het beheren van je relatienetwerk op LinkedIn.

Privé wordt er vooral veel gebruik gemaakt van sociale platforms. Het gaat dan niet alleen om mail en een agenda, maar om het delen (online beschikbaar stellen voor een groep van vrienden) van bijvoorbeeld foto’s en video’s, of het bekijken van persoonlijke profielen. Op Hyves of Facebook houden veel Nederlanders bij wie hun vrienden zijn.

Op basis van Google Maps kan geografische informatie worden toegevoegd. Op Flickr krijgen foto’s opeens een plaats op de wereld en wordt zichtbaar wie er nog meer een foto op die plek hebben genomen. Een ander voorbeeld van het gebruik van geografische informatie is Plazes, een soort navigatiesysteem om te zien waar je contacten zich bevinden, zodat je met ze kunt afspreken. Via sites als Plazes, kun je aangeven waar je je bevind en aan de hand van die informatie krijg je te zien welke van je contacten daar in de buurt zijn.

Kortom Web 2.0 gaat over het delen van dingen die belangrijk voor je zijn. Door het delen van informatie worden relaties gelegd en kunnen mensen met elkaar in contact, ongeacht de plaats waar zij zich bevinden. Dankzij de geografische informatie wordt ook de verbinding gelegd met de fysieke omgeving. Waar bijvoorbeeld Second Live een soort tweede leven is, wat zich geheel in de virtuele wereld afspeelt, zo is de geografische informatie juist verbonden met de werkelijkheid om je heen.

Hier ligt voor mij de interessante aansluiting met het facilitaire werkveld. Wat gebeurt er met je als je gebruik maakt van alle deze typische web 2.0 mogelijkheden?

Het internet schept verwachtingen Door vertrouwd te raken met de mogelijkheden van Web 2.0 ontstaat een ander beeld van de realiteit. Het delen van informatie, het vertrouwen op informatie van anderen, die je vertrouwt omdat ze tot je netwerk behoren en het ontvangen van informatie op basis van voorkeuren die je verstrekt hebt of die automatisch worden bepaald, zoals je zoekgedrag of je locatie via mobieltje, zijn allemaal ingrediënten van een nieuwe werkelijkheid. Deze nieuwe werkelijkheid bepaalt hoe je omgaat met de fysieke omgeving. Bijvoorbeeld de keuze waar je op een bepaald moment gaat zitten werken. Wanneer stuur je iemand een mailtje, wanneer chat je en wanneer stap je in je auto om iemand op te zoeken? Om met Negroponte te spreken, Wanneer verplaats je bits en wanneer atomen?

Doordat het concept van Web 2.0 voor steeds meer mensen echt begint te werken, wordt het een manier van denken. Vooral degenen op hun werk veel met de computer werken zullen die manier van denken willen doorzetten in hun manier van werken.

Je zou kunnen stellen, dat Web 2.0 een geweldig hulpmiddel is in het veranderproces dat nodig is bij het invoeren van flexibele kantoorconcepten. Maar in feite is het andersom. Flexibele kantoorconcepten zijn altijd al gebaseerd geweest op de mogelijkheden van de de ICT. Al jaren is er sprake van een zogenaamde Technology Push. Doordat vooruitziende (facility-)managers de flexible kantoorconcepten wilden implementeren, voordat de werknemers vertrouwd waren met de nieuwe manier van werken, was er uitgebreide aandacht nodig voor het veranderproces. Tegenwoordig verschuift het veranderproces steeds meer naar het helpen bij het vertalen van de web 2.0 concepten naar de fysieke omgeving.

“Groene werkpatronen” Door het internet ontstaan er niet alleen meer effectieve manier van omgaan met de fysieke omgeving, maar kunnen er ook “groene” werkpatronen worden ontwikkeld. Werkpatronen waarbij minder “onnodige” reizen per auto of vliegtuig worden ondernomen. Ook kunnen gebouwinstallatie nauwkeuriger worden afgestemd op de aanwezigheid van personen, dankzij de geografische informatie over de werkpatronen.

De jaarlijks georganiseerde Web 2.0 conferenties zal in 2008 gaan over “The oppertunity of Limits: Sustaining, Applying an Expanding the Web’s Culture to Change the World” In de eerste vier conferenties lag de nadruk op kansen en uitdagingen voor de ICT industrie. Maar dit jaar komt de nadruk te liggen op de vraag hoe het internet kan bijdragen aan de meest dringende vragen in de wereld op het gebied van uitputting van grondstoffen en toename van het broeikaseffect. De ontwikkeling van Web 2.0 zou ons iets kunnen leren over de wijze waarop we de problemen kunnen oplossen. In toenemende mate richten de leiders van de Internet-economie zich op de wereld buiten hun eigen industrie. Google investeert bijvoorbeeld duurzame opwekking van elektriciteit,omdat zij zich realiseren dat het energieverbruik van het internet explosief groeit. Aan de andere kant richten de jonge talenten van deze generatie zich steeds meer tot het internet voor het vinden van oplossingen.
De vijfde Web 2.0 conferentie probeert deze twee bewegingen bij elkaar te brengen.

Doorbraak in bedrijven Eveneens dit jaar werd er in Nederland voor de tweede maal een conferentie gehouden met als titel van Web 2.0 naar Enterprise 2.0. Prof. Andrew P. McAfee is de bedenker van de term Enterprise 2.0. Hij is verbonden aan de Technology an Operations Management Unit van de Harvard Business School. Zijn onderzoek richt zich op de vraag hoe managers hun bedrijfsdoelstellingen kunnen bereiken, door op een effectieve manier gebruik te maken van Web 2.0 technologie binnen bedrijven. volgens zijn zeggen: ”Will it serve to separate the winners from the lozers”. Eind 2008 verschijnt zijn nieuwe boek over Enterprise 2.0.

Op de website van Heliview, die de conferentie in Nederland organiseerde vond ik de volgende quote: “Web 2.0-software is de laatste jaren stilletjes bedrijven binnen gedrongen en zal in 2008 volledig tot bloei komen. Ruim 39% van de bedrijven staat open voor Web 2.0 en sociale netwerksoftware. Bijna een vierde van de bedrijven gebruikt deze applicaties al in een of andere vorm en nog eens 8 procent is van plan dit jaar ermee te starten. Zo blijkt uit een recente en grootschalige enquête van ChangeWave. Ongeveer 24% van de ondervraagde bedrijven bleek al sociale software te gebruiken en was ook van plan er in te gaan investeren. (bron: Automatisering Gids, 9 januari 2008)”

Work Style 2.0 De afgelopen jaren zijn kantoorinnovaties meestal technologie- of businessgedreven geweest, waarbij altijd een veranderingstraject noodzakelijk was om de werkstijl van de medewerker aan te passen. Gezien de ontwikkeling van Web 2.0 in combinatie met de schaarste op de arbeidsmarkt verwacht ik, dat de komende jaren de werkstijl het vertrekpunt zal zijn bij het ontwikkelen van een nieuwe manier van gebruiken van de (werk-)omgeving. Wie goede mensen wil boeien en binden, zal moeten aansluiten bij de werkstijl van de nieuwe generatie. In die werkstijl vormen Web 2.0 en het streven naar een duurzame wereld twee belangrijke pijlers.