Artikelen over ‘samenwerken’

Advies werkomgevingconcept Van Hattum en Blankevoort

Project: Herhuisvesting hoofdkantoor in bestaande pand, volgens nieuw kantoorconcept
Opdrachtgever: Van Hattum en Blankevoort
Periode: september 2007 – medio 2010
Omvang: circa 3500 m2 BVO
150-200 medewerkers
Rollen: Adviseur:
Het ontwikkelen van een kantoor– en werkplekomgeving die aansluit bij de nieuwe manier van werken van de medewerkers.Projectmanager:
Verantwoordelijk voor het totale project van eerste onderzoek tot en met de oplevering.
Het begeleiden van de organisatie bij de voorbereidingen op het gebied van ICT, FM en interne communicatie.

Interieurarchitect:
Verantwoordelijk voor de uitwerking van het concept in een ontwerp, kleurstelling en materiaalkeuze.

De traditionele werkwijze van Van Hattum en Blankevoort is binnen korte tijd aan het veranderen. Vroeger bracht de opdrachtgever het vooronderzoek en de ontwerpfase vaak afzonderlijk onder, waarna het aannemingsbedrijf pas in beeld kwam. Nu wordt steeds vaker gewerkt in totaal projecten, waarbij ook de het aannemingsbedrijf van het begin af aan is betrokken. Deze nieuwe werkwijze vraagt om aanpassingen in de manier van werken binnen van Hattum en Blankevoort. Proven Workspace is gevraagd de werkomgeving bij deze veranderingen te laten aansluiten.

Aanleiding / probleemstelling
De opdracht luidde : In de rol van externe adviseur komen tot een kantoor- en werkomgeving die aansluit bij de nieuwe manier van werken van de medewerkers.  Tevens is advies gevraagd over de wijze waarop een uitbreiding van het aantal medewerkers en het binnenhalen van organisatieonderdelen gerealiseerd zou kunnen worden binnen deze nieuwe werkomgeving in het huidige pand. Een uitbreiding of herhuisvesting behoorde eveneens tot de mogelijkheden.

Situatieschets
Van Hattum & Blankevoort is een gezond, ondernemend bouwbedrijf met ca. 300 medewerkers, dat reeds lang bestaat. De ambitie van dit bedrijf is gericht op het efficiënte en veilige gebruik van de Nederlandse ruimte en infrastructuur. Zo hebben zij in het verleden al hun naam verbonden aan vernieuwende, risicovolle projecten als de Afsluitdijk, de Zeelandbrug, de Deltawerken, de Beneluxtunnel, de Betuweroute en de Hoge Snelheidslijn.

De traditionele werkwijze van Van Hattum en Blankevoort veranderd binnen een kort tijdsspanne. Waar vroeger de opdrachtgever het vooronderzoek en de ontwerpfase op zich nam rondom de bouw om daarna over te gaan op de bestekfase is dit nu onderdeel van het totaalproject binnen de VHB-organisatie. Deze andere manier om invulling te geven aan de werkzaamheden vraagt om grote aanpassingen van de organisatie. Om deze verandering door te voeren heeft de organisatie een drietal pijlers aangewezen:

  • Meer mensen met verschillende competenties aannemen (PMW organisatie);
  • Zorgen dat de ICT ondersteuning optimaal is ingericht;
  • Het laten aansluiten van de huisvesting op deze verandering.

Ontwerp-VHB

Aanpak
Proven Workspace werkt met een beproefde aanpak, de PW-aanpak. Hierbij wordt gestart vanuit de geldende Missie, Visie, Doelstellingen en Strategie (MVDS) waarop de Locatie- en WerkplekInrichting moet aansluiten. Vervolgens hebben wij een selectie van representanten van de organisatie geïnterviewd. Ook heeft de directie van het bouwbedrijf aan de hand van de vragen geënt op het ESH-model (Evenwichtig, Samenhangend en Heterogeen) de randvoorwaarden voor de verandering op huisvestingsgebied vastgesteld.

Dat de organisatie toe was aan een volledig andere huisvestingsvorm, bleek ook uit de online PW-scan en de enthousiaste medewerking van 69% van alle werknemers. Dit is een hoog percentage voor een digitale enquête. Tegelijkertijd is een Activiteitenmeting gehouden waarmee het gebruik van de werkplekken in kaart is gebracht. Daarnaast zijn een ICT en FM Sanity Check gehouden en heeft een proces- en interactieanalyse plaatsgevonden. Alle ingrediënten samen gaven de input voor een workshop over de nieuwe werkwijze met een zorgvuldige selectie van ambassadeurs. Aan de w0rkshop tijdens de inventarisatieronde hebben 12 mensen meegedaan die de verschillende onderdelen van de organisatie representeerden.

Resultaat
Op basis van de interactieve sessies en onze analyses kwamen wij gezamenlijk tot een andere kijk op de huisvestingsomgeving. Proven Workspace heeft onder de titel ‘Van aannemer/betonspecialist naar totaaloplosser’ de gewenste situatie geduid en de kantoor- en werkplekconcepten opgesteld. Hierbij zijn organisatiespecifieke kenmerken als uitgangspunt genomen en de bevindingen uit het onderzoek. Vervolgens is de vertaalslag gemaakt naar concrete werkplekconcepten.

Gekozen is voor een helder kantoorconcept waarbij aan elke verdieping een bestemming is gegeven die samen zorgen voor zowel een gewenste procesflow in het pand alswel de juiste bewegingen van experts, projectmedewerkers én gasten die worden ontvangen. Ook de aantrekkelijkheid en het gebruiksgemak van de ruimten zijn hierbij in aanmerking genomen. Daarbij is rekening gehouden met de wensen en eisen van de directie (o.a. stimuleer dat expertises multidisciplinair gaan samenwerken in projecten) en de medewerkers (o.m. grote tafels voor bouwtekeningen, goede ict-faciliteiten).

De werkplekconcepten geven een concretere invulling aan de ruimten waaruit elke verdieping of afdeling bestaat. Bij Van Hattum & Blankevoort bleek dat men veel behoefte had aan zowel kleine projectruimten als grote projectruimten waardoor makkelijk kennis gedeeld kan worden met collega’s in hetzelfde project. De experts bleven beschikking houden over een eigen ruimte (expertruimten) zodat zij makkelijker te traceren zijn in het gebouw. De projectplekken zijn flexibel ingericht, waardoor optimaal gebruik kan worden gemaakt van de ruimten. Door de bezettingsgraad van de werkplekken te verbeteren, bleek het mogelijk de projectmedewerkers die nu in een ander pand zaten, wederom in het gebouw plaats te laten nemen. Dit resulteert niet alleen in een kostenbesparing op de huisvesting, maar leidt tevens tot betere kennisdeling tussen de medewerkers onderling.

Daarmee werd gehoor gegeven aan de wens van de directie alle werknemers in één pand te huisvesten. Echter bracht deze mogelijkheid een prangende vraag met zich mee: wat moet er gebeuren in de toekomst gezien de groeiambities van het bedrijf? Het onderzoek kreeg daarmee een extra dimensie door de berekening van het aantal medewerkers dat binnen het huidige pand gehuisvest kan worden volgens de nieuwe werkwijze en de opties om het huidige pand uit te breiden of te verhuizen. Proven Workspace is daarom door de directie gevraagd te starten met een indelingsplan en tegelijkertijd te onderzoeken wat de beste optie is voor de huisvesting op de langere termijn.

Entree

Resultaat voor de klant:

  • Acceptatie nieuwe manier van samenwerken
  • Ondersteuning van gewenste verandering

Wilt u meer weten over dit project, neem dan contact op met Dries Krens.


Vernieuwing in werk geboren

logoBeeldvorming van Het Nieuwe Werken bepalen en een integrale blik op deze stroming geven. Twee van de doelen die de nieuwe community Vernieuwing in Werk heeft gesteld.

Na drie maanden voorbereiding is het dan eindelijk zo ver: de community ziet het eerste echte levenslicht. Virtueel al beschikbaar op www.vernieuwinginwerk.nl.

Ik ben één van de initiatiefnemers van deze community, en ben ontzettend trots op het resultaat. Vandaar dat er op de volgende fysieke ontmoeting beschuit met muisjes zullen zijn om deze geboorte te vieren!

Weer een community?

We hadden www.werken20.nl toch al? Ja, inderdaad. Arjen Hooiveld is erg goed bezig met het verzamelen van allerlei informatie over de diverse stromingen die Het Nieuwe Werken (HNW) kent. Ook op LinkedIn zijn al mooie discussies gaande over HNW, er zijn zelfs specifieke groepen voor.

En toch. Deze community is bijzonder. De basis wordt gevormd door een stel ‘vakidioten’ die in zakelijk verband ook concurrenten kunnen zijn. En dat is voor mij een belangrijk kenmerk van HNW. Het gaat om een groep individuen die een gezamenlijk en tegengesteld belang hebben. Passie, talent en intrinsieke motivatie bindt hen. Het gezamenlijk belang is sterker dan de individuele concurrentie. En bovendien: wat is concurrentie tegenwoordig?

Hoe de community zich ontwikkelt, moet de toekomst uitwijzen. En de toekomst is nu.

Meer weten? Neem contact op met Tom Verhoeve.


Werkomgeving kennisspel

Het spelen van het werkomgeving kennisspel levert een praktisch startpunt op voor deelnemers, om aan de slag te gaan met kennis (verzamelen, delen en verspreiden) in een fysieke en/of virtuele werkomgeving.

Door het spelen van het werkomgeving kennisspel wordt men zich bewust van de kracht van kennisdelen voor zowel de organisatie als voor het individu in een fysieke en/of virtuele werkomgeving.

Het werkomgeving kennisspel is geschikt voor verschillende doeleinden, en kan worden ingezet als:
- Algemene kennismaking voor medewerkers met kennismanagement in een fysieke en virtuele werkomgeving;
- Als kick-off en communicatiemiddel;
- Het verkrijgen van draagvlak voor nieuwe werkomgeving.

Het werkomgeving kennisspel kan tevens op maat worden gemaakt.

Voor meer informatie kunt u contact op nemen met Leo van de Vorst.


Het nieuwe werken trefdag

Het nieuwe werken stimuleert het gedrag om “any time, any place and any where”  te werken. De combinatie van virtueel en fysiek samenwerken zal een andere verhouding gaan krijgen. In de praktijk betekent dit wellicht meer thuiswerken en daarmee minder op kantoor of op  andere locaties van het bedrijf. Het is dan niet meer vanzelfsprekend dat de kennisvraag en het kennisaanbod binnen het netwerk geheel bekend is. Een trefdag kan hier ondersteunend aan zijn.

Een trefdag versterkt het netwerk tussen de deelnemers en vergroot hun inzicht in de kennisvraag en het kennisaanbod binnen het netwerk. De dag zelf is eigenlijk een kruising tussen een spel en een conferentie, en is zeer interactief. De deelnemers leveren zelf een actieve bijdrage aan de inhoud.

De trefdag is een manier om in korte tijd de persoonlijke netwerken van de deelnemers te vergroten. De tijd die voor het spel uitgetrokken moet worden kan variëren van 2 uren, een dagdeel, tot de gehele dag. Het spel kan gespeeld worden vanaf 15-20 deelnemers. Een maximum is er eigenlijk niet. De grootste groep waarvoor PROVENWORKSPACE de dag georganiseerd heeft is 300 deelnemers. Aan de trefdag kunnen tevens andere activiteiten gekoppeld worden, zoals workshops, parallelsessies, een Lagerhuisdebat en plenaire bijeenkomsten.

De vorm van de trefdag is een bijeenkomst waarop de deelnemers zoveel mogelijk netwerken en 1-op-1-gesprekken met elkaar voeren over hun persoonlijke kennisvraag en kennisaanbod. Na afloop van de dag zullen deelnemers elkaar beter weten te vinden en elkaar sneller benaderen voor elkaars kennis en expertise.

Elke deelnemer heeft vooraf bij de uitnodiging een ‘kenniskaart’ ontvangen en dit ingevuld met zijn of haar gegevens. Op deze kaart staan bereikbaarheidsgegevens en onderwerpen/thema’s. Onderwerpen waar hij of zij veel van weet, waar je hem of haar dus altijd over kunt bellen, en onderwerpen die de deelnemer zelf interesseren en waar hij of zij dus graag meer over wil weten.

Het spel start door alle kaarten op een groot ontmoetingsbord te prikken. Rond het bord kunnen deelnemers gesprekspartners opzoeken. De gegevens uit de interviews worden vastgelegd door een registratiebalie. Alle kaarten kunnen na afloop bijvoorbeeld verwerkt worden in een digitale ‘wie-weet-wat’ gids.

De trefdag wordt verder vormgegeven door het gebruik van de ‘Vogelmetaforen’. Deelnemers krijgen op deze manier op een speelse wijze inzicht in hun eigen stijl van netwerken. Een deelnemer die vooral veel kennis haalt wordt bijvoorbeeld vergeleken met een zwaluw, en een deelnemer die vooral veel aanbiedt wordt vergeleken met een pauw. De uiteindelijke winnaar van het spel is de zwaan: de deelnemer die veel kennis heeft gehaald en gebracht. In het boekje over de Vogelmetaforen dat wij gebruiken is een omschrijving opgenomen van de kennis(net)werk karakteristieken van 25 vogels.

Contactpersoon : Dries Krens


Holo conference

Technologische ontwikkelingen hebben een erg grote invloed gehad op de manier waarop we werken en leven. Het huidige kantoorleven lijkt niet voor te stellen met typemachines i.p.v. desktop en laptop computers. In de praktijk blijken nieuwe ontwikkelingen een behoorlijk lange incubatietijd nodig te hebben voordat bedrijven ze adopteren. Zo wordt web 2.0 nu pas (als enterprise 2.0) geïmplementeerd terwijl de fundamenten van web 3.0) al zijn gelegd. Door te kijken naar de state-of-the-art technologie van dit moment en dit te koppelen aan alledaags (toekomstig) gebruik moet het dus mogelijk zijn om een blik in de toekomst te werpen. Allereerst 3 algemene “wetten” voor de ontwikkeling van technologie:

  • De processor kracht van microchips verdubbeld elke 18 maanden; computers worden sneller en de prijs van computerkracht van een bepaald niveau halveert elke 18 maanden (wet van Moore)). Voor bedrijven en organisaties houdt dit onder andere in dat het implementeren van nieuwe technieken na verloop van tijd goedkoper wordt. Nieuwe technologie wordt dus voor een steeds grotere groep bedrijven betaalbaar en interessant. En ondanks dat de fysieke grenzen) van de huidige microchip technologie steeds dichterbij komen, lijkt de ontwikkeling van kwantum computers de wet van Moore voorlopig te staven.
  • De totale bandbreedte van communicatie systemen verdrievoudigd elke 12 maanden (wet van Gilder). Vanwege steeds toenemende bandbreedte is het ook mogelijk steeds grotere boodschappen via de systemen te versturen. Een reclame spotje online plaatsen was eind jaren 90 ondenkbaar. De gemiddelde ‘online’ Nederlander maakte gebruik van een 56k (in bel) modem, het downloaden van het spotje zou 10 keer langer duren dan het bekijken. Tegenwoordig worden complete reclame campagnes online voortgezet. De ontwikkeling van “the grid” en de, net als bij de beschikbaarheid van internet, op lange termijn uitrol op de consumentenmarkt hiervan lijkt bandbreedte geen obstakel voor technologische vooruitgang, Gilder’s wet kan dus ook bekrachtigd worden.
  • De waarde van een netwerk is kwadratisch in verhouding met het aantal kruispunten. Als een netwerk groeit stijgt de toegevoegde waarde van aangesloten zijn op dit netwerk kwadratisch (wet van Metcalfe). Deze laatste wet uit zich bijvoorbeeld in sociale netwerken (als enige in je vriendenkring een hyves pagina hebben zorgt niet voor veel interactie), maar ook in het adopteren van netwerk technologie zoals mobiele telefonie. In tegenstelling tot de twee eerste wetten zijn er geen toekomstige netwerken te schetsen die de wet van Metcafe onderschrijven. Gezien de adoptie van netwerken in het verleden wordt de wet hier als geldig behandeld.

Bovenstaande 3 wetten komen goed tot uiting bij video-conferencing, aanvankelijk waren er weinig organisaties bereid te investeren in de achterliggende technologie. Kwalitatief goede systemen waren prijzig, operationele kosten om verbindingen tot stand te brengen hoog en bovendien waren er weinig anderen organisaties waarmee er “gevideoconferenced” kon worden. Inmiddels is de benodigde bandbreedte veel toegankelijker, zijn de systemen dankzij betere procesoren goedkoper geworden en zijn er meer vestigingen/ organisaties die ook de beschikking hebben over videoconference apparatuur.

Een van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren is dat mensen zich bewust zijn van hun invloed op het klimaat. Mede dankzij Al Gore willen organisatiescradle2cradle gaan werken, het file probleem aanpakken en met andere initiatievende klimaatverandering tegengaan. Het lijkt een logisch gevolg dat mensen minder zullen gaan reizen om files (en tijd) te besparen. Omdat communiceren in een kenniseconomie van levensbelang is zullen we onze toevlucht zoeken in steeds uitgebreidere communicatie technologie om te compenseren voor het minder fysieke contact. De eerste (mobiele) beeldtelefoons zijn beschikbaar en videoconference voorzieningen vinden gretig aftrek. Ondanks steeds betere technieken, zoals telepresence, is het met de huidige technologie nog niet écht mogelijk om elkaar in de ogen te kijken of de hand te schudden.

Om realistisch contact met een ander te simuleren moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan:
Allereerst is het van belang dat de persoon met wie praten realistisch overkomt. De geluidskwaliteit van spraak moet goed zijn en ook visuele waarnemingen moeten realistisch zijn. Met name dit laatste punt blijft met videoconference beperkt aangezien de weergaven op een scherm altijd 2 dimensionaal zal blijven. Het weergeven van een 3 dimensionaal beeld is dus een van de belangrijkste vereisten. Daarnaast is deze weergave Idealiter in werkelijk formaat. Hologrammen bieden hier mogelijk een uitkomst voor. Momenteel vergt het versturen van een hologram relatief erg veel data, maar dankzij Gilder lost dit probleem zich mettertijd ‘vanzelf’ op. Het evolueren van statische objecten naar dynamische hologrammen is een aardige stap in de goede richting. Om echte interactie te hebben i.p.v. het uitoefenen van een standaard script is het noodzakelijk dat computers aanwezigheid en bewegingen van mensen en objecten herkennen. Zoals in de verwijzigen is te zien zijn beide technieken in principe al mogelijk en zijn doorontwikkeling en rekenkracht van microprocessoren de twee voornaamste obstakels die overkomen moeten worden. Dankzij de bevindingen van Moore hoeven we ons hier dus geen zorgen over te maken.

3 dimensionale hologrammen, die bewegingen kunnen volgen zorgen ervoor dat we zo realistisch mogelijk met anderen contact kunnen hebben zonder fysiek op dezelfde locatie te zijn. Om niet te vergeten dat we in de toekomst steeds minder naar kantoor gaan om het klimaat en onze tijd te besparen moet dit uiteraard allemaal mobiel gebeuren zodat we écht overal, altijd én samen kunnen werken. Naar kantoor gaan wordt in de toekomst zo makkelijk als je telefoon uit je broekzak halen en een holo-conference met al je collega’s starten.


Artikel FMI – Delen en samenwerken; van Web 2.0 naar Work Style 2.0

intern-exern-duoVan Web 2.0 naar Work Style 2.0

Het internet wordt voor steeds grotere groepen een vertrouwde omgeving. Het internet wordt gemakkelijker te bedienen en gaat er steeds realistischer uitzien. Dat schept verwachtingen. Wie vertrouwd raakt met de mogelijkheden van Web 2.0 gaat het kantoor vanuit een ander referentiekader bekijken.

Door Michel Mooij, gepubliceerd in FMI, september 2008, klik hier voor het artikel in PDF vorm.

Web 2.0 verwijst naar de tweede fase in de ontwikkeling van het internet. De eerste fase bestond uit het bekend raken van het internet bij grote groepen gebruikers. In de eerste fase ontstond de internet-hype en men sprak zelfs over het ontstaan van een “Nieuwe Economie”. Over het algemeen beschouwt met het uiteenspatten van de internetbel rond 2001 als het einde van de eerste fase. In 2004 werd voor er een conferentie gehouden met de naam Web 2.0. waar Tim O’Reilly en ander internetgoeroes hun visie op de tweede fase van het internet presenteerden.

In de tweede fase wordt het internet meer interactief. Een van de kenmerken is het verschijnen van webapplicaties voor eindgebruikers op het internet. De verwachting bestaat, dat deze uiteindelijk de losstaande lokaal geïnstalleerde software overbodig zullen maken. Websites zijn steeds meer interactief geworden, dankzij een aantal nieuwe technieken, genaamd AJAX. AJAX staat voor Asynchronous Javascript and XML. AJAX communiceert met de server op het internet waarop een scripttaal als PHP, ASP, JSP of Ruby geïnstalleerd is. Als de server een antwoordt stuurt, wordt een gedeelte van de pagina op de PC door middel van JavaScript aangepast. Kort en simpel gezegd komt het erop neer, dat webpagina’s zo snel kunnen worden aangepast, dat de gebruiker het ervaart alsof hij met een desktop applicatie aan het werk is. Een van de eerste websites die gebruik maakte van AJAX en wordt gezien als een typische Web 2.0 website is Google’s Gmail.

Andere concepten en technologieën die kenmerkend zijn voor Web 2.0 zijn o.a. weblogs, wiki’s, podcasts, RSS-feeds, webvideo en webservices met open API’s. Bekende websites die op het Web 2.0 principe zijn gebaseerd zijn: Wikipedia, Flickr, YouTube, Del.icio.us, Digg en MySpace. In Nederland zij vooral Hyves en Marktplaats.nl bekende voorbeelden.

Delen Kenmerkend voor Web 2.0 zijn de websites, waar je online allerlei dingen met elkaar kunt delen. Bijvoorbeeld foto’s, video’s to-do-lijstjes en agenda’s. je hebt er geen eigen software voor nodig, alleen een browser. Verder gebeurt alles online: informatie delen, uitwisselen en samenwerken. Daarmee is de voorspellende uitspraak van SUN: “Het netwerk is de computer” waarheid geworden.

Een belangrijk verschil met de eerste fase is dat internet inmiddels daadwerkelijk diep is doorgedrongen tot bedrijven en huishoudens. In Nederland heeft meer dan de helft van alle huishoudens een snelle breedbandverbinding. Nederlanders besteden gemiddeld een uur per dag aan het web.

Zoekmachines zijn nauwkeuriger geworden. De kracht van Google, Yahoo, MSN en Technorati (voor weblogs) is dat ze op veel plekken zoeken en meestal op de juiste websites terecht komen. Een typische Web 2.0 manier van zoeken, is het inschakelen van de gebruikers. Er is op het internet zeer uiteenlopende content te vinden, variërend van professionele artikelen tot met een mobieltje gefilmde onderbroekenlol. Zoekmachines kunnen het verschil niet zien. Web 2.0 lost dit op door “tagging” Door favorieten te voorzien van een trefwoord (tag) en die favorieten te delen op het web, laten gebruikers laten elkaar weten wat interessant, leuk of nuttig is. Bijvoorbeeld op Del.icio.us, of Stumble Upon. Of op de fotowebsite Flickr, waar je foto’s online kunt zetten en kunt voorzien van commentaar, trefwoorden en waardering. Met behulp van RSS kun je je abonneren op bepaalde tags en wordt je automatisch op de hoogte gehouden van nieuwe toevoegingen.
Op nieuwssites, zoals Digg komen nieuwsberichten of weblogs of wat dan ook in een wachtrij te staan en worden op de voorpagina gepubliceerd, als ze voldoende stemmen hebben gekregen.

Zakelijk gebruik Het (klein)zakelijk gebruik neemt toe. Het internet biedt een goede vervanging voor bedrijfsnetwerken. E-mail, een agenda, een adresboek en het delen van documenten met collega’s en samenwerkingspartners, kan ook via het op het web gebaseerde toepassingen. Bijvoorbeeld de vele toepassingen van Google of het delen van projectinformatie op BaseCamp, of het beheren van je relatienetwerk op LinkedIn.

Privé wordt er vooral veel gebruik gemaakt van sociale platforms. Het gaat dan niet alleen om mail en een agenda, maar om het delen (online beschikbaar stellen voor een groep van vrienden) van bijvoorbeeld foto’s en video’s, of het bekijken van persoonlijke profielen. Op Hyves of Facebook houden veel Nederlanders bij wie hun vrienden zijn.

Op basis van Google Maps kan geografische informatie worden toegevoegd. Op Flickr krijgen foto’s opeens een plaats op de wereld en wordt zichtbaar wie er nog meer een foto op die plek hebben genomen. Een ander voorbeeld van het gebruik van geografische informatie is Plazes, een soort navigatiesysteem om te zien waar je contacten zich bevinden, zodat je met ze kunt afspreken. Via sites als Plazes, kun je aangeven waar je je bevind en aan de hand van die informatie krijg je te zien welke van je contacten daar in de buurt zijn.

Kortom Web 2.0 gaat over het delen van dingen die belangrijk voor je zijn. Door het delen van informatie worden relaties gelegd en kunnen mensen met elkaar in contact, ongeacht de plaats waar zij zich bevinden. Dankzij de geografische informatie wordt ook de verbinding gelegd met de fysieke omgeving. Waar bijvoorbeeld Second Live een soort tweede leven is, wat zich geheel in de virtuele wereld afspeelt, zo is de geografische informatie juist verbonden met de werkelijkheid om je heen.

Hier ligt voor mij de interessante aansluiting met het facilitaire werkveld. Wat gebeurt er met je als je gebruik maakt van alle deze typische web 2.0 mogelijkheden?

Het internet schept verwachtingen Door vertrouwd te raken met de mogelijkheden van Web 2.0 ontstaat een ander beeld van de realiteit. Het delen van informatie, het vertrouwen op informatie van anderen, die je vertrouwt omdat ze tot je netwerk behoren en het ontvangen van informatie op basis van voorkeuren die je verstrekt hebt of die automatisch worden bepaald, zoals je zoekgedrag of je locatie via mobieltje, zijn allemaal ingrediënten van een nieuwe werkelijkheid. Deze nieuwe werkelijkheid bepaalt hoe je omgaat met de fysieke omgeving. Bijvoorbeeld de keuze waar je op een bepaald moment gaat zitten werken. Wanneer stuur je iemand een mailtje, wanneer chat je en wanneer stap je in je auto om iemand op te zoeken? Om met Negroponte te spreken, Wanneer verplaats je bits en wanneer atomen?

Doordat het concept van Web 2.0 voor steeds meer mensen echt begint te werken, wordt het een manier van denken. Vooral degenen op hun werk veel met de computer werken zullen die manier van denken willen doorzetten in hun manier van werken.

Je zou kunnen stellen, dat Web 2.0 een geweldig hulpmiddel is in het veranderproces dat nodig is bij het invoeren van flexibele kantoorconcepten. Maar in feite is het andersom. Flexibele kantoorconcepten zijn altijd al gebaseerd geweest op de mogelijkheden van de de ICT. Al jaren is er sprake van een zogenaamde Technology Push. Doordat vooruitziende (facility-)managers de flexible kantoorconcepten wilden implementeren, voordat de werknemers vertrouwd waren met de nieuwe manier van werken, was er uitgebreide aandacht nodig voor het veranderproces. Tegenwoordig verschuift het veranderproces steeds meer naar het helpen bij het vertalen van de web 2.0 concepten naar de fysieke omgeving.

“Groene werkpatronen” Door het internet ontstaan er niet alleen meer effectieve manier van omgaan met de fysieke omgeving, maar kunnen er ook “groene” werkpatronen worden ontwikkeld. Werkpatronen waarbij minder “onnodige” reizen per auto of vliegtuig worden ondernomen. Ook kunnen gebouwinstallatie nauwkeuriger worden afgestemd op de aanwezigheid van personen, dankzij de geografische informatie over de werkpatronen.

De jaarlijks georganiseerde Web 2.0 conferenties zal in 2008 gaan over “The oppertunity of Limits: Sustaining, Applying an Expanding the Web’s Culture to Change the World” In de eerste vier conferenties lag de nadruk op kansen en uitdagingen voor de ICT industrie. Maar dit jaar komt de nadruk te liggen op de vraag hoe het internet kan bijdragen aan de meest dringende vragen in de wereld op het gebied van uitputting van grondstoffen en toename van het broeikaseffect. De ontwikkeling van Web 2.0 zou ons iets kunnen leren over de wijze waarop we de problemen kunnen oplossen. In toenemende mate richten de leiders van de Internet-economie zich op de wereld buiten hun eigen industrie. Google investeert bijvoorbeeld duurzame opwekking van elektriciteit,omdat zij zich realiseren dat het energieverbruik van het internet explosief groeit. Aan de andere kant richten de jonge talenten van deze generatie zich steeds meer tot het internet voor het vinden van oplossingen.
De vijfde Web 2.0 conferentie probeert deze twee bewegingen bij elkaar te brengen.

Doorbraak in bedrijven Eveneens dit jaar werd er in Nederland voor de tweede maal een conferentie gehouden met als titel van Web 2.0 naar Enterprise 2.0. Prof. Andrew P. McAfee is de bedenker van de term Enterprise 2.0. Hij is verbonden aan de Technology an Operations Management Unit van de Harvard Business School. Zijn onderzoek richt zich op de vraag hoe managers hun bedrijfsdoelstellingen kunnen bereiken, door op een effectieve manier gebruik te maken van Web 2.0 technologie binnen bedrijven. volgens zijn zeggen: ”Will it serve to separate the winners from the lozers”. Eind 2008 verschijnt zijn nieuwe boek over Enterprise 2.0.

Op de website van Heliview, die de conferentie in Nederland organiseerde vond ik de volgende quote: “Web 2.0-software is de laatste jaren stilletjes bedrijven binnen gedrongen en zal in 2008 volledig tot bloei komen. Ruim 39% van de bedrijven staat open voor Web 2.0 en sociale netwerksoftware. Bijna een vierde van de bedrijven gebruikt deze applicaties al in een of andere vorm en nog eens 8 procent is van plan dit jaar ermee te starten. Zo blijkt uit een recente en grootschalige enquête van ChangeWave. Ongeveer 24% van de ondervraagde bedrijven bleek al sociale software te gebruiken en was ook van plan er in te gaan investeren. (bron: Automatisering Gids, 9 januari 2008)”

Work Style 2.0 De afgelopen jaren zijn kantoorinnovaties meestal technologie- of businessgedreven geweest, waarbij altijd een veranderingstraject noodzakelijk was om de werkstijl van de medewerker aan te passen. Gezien de ontwikkeling van Web 2.0 in combinatie met de schaarste op de arbeidsmarkt verwacht ik, dat de komende jaren de werkstijl het vertrekpunt zal zijn bij het ontwikkelen van een nieuwe manier van gebruiken van de (werk-)omgeving. Wie goede mensen wil boeien en binden, zal moeten aansluiten bij de werkstijl van de nieuwe generatie. In die werkstijl vormen Web 2.0 en het streven naar een duurzame wereld twee belangrijke pijlers.